Leren
- René den Haan

- 22 mrt
- 2 minuten om te lezen
Tussen wat ik zie en wat ik wil zijn
Ik probeer niet bitter te worden—
al druipt het nieuws
als koude regen langs mijn dagen.
Beelden van vuur,
van grond die niet meer toebehoort
aan wie erop leeft,
maar aan wie haar neemt.
Landjepik in een modern jasje,
bommen die geen vragen stellen,
alleen antwoorden afdwingen
in puin en stilte.
En ik vraag me af -
niet hardop, maar ergens dieper:
hebben we dan niets geleerd?
De geschiedenis ligt open
als een boek dat niemand meer leest,
pagina’s vol waarschuwingen
die we blijven herhalen
alsof ze lessen zijn
die alleen voor anderen golden.
Want zolang de mens bestaat,
blijven we zoeken—
naar meer,
naar groter,
naar macht die ons optilt
boven de ander,
alsof dat ons redt
van wat we zelf geworden zijn.
En altijd weer
staan daar de hoge heren,
verheven boven de modder
die zij zelf hebben omgewoeld.
Hun woorden glad,
hun handen schoon,
hun beslissingen zwaar
op schouders die ze nooit zullen voelen.
Ik wil wel bijdragen—
begrijp me goed.
Ik werk,
ik draag af,
ik geloof in iets dat groter is dan ik,
in veiligheid
die we samen bewaken,
in vrijheid
die we samen dragen.
Maar wanneer zijn die twee
zo verstrengeld geraakt
dat de één niet meer kan bestaan
zonder de dreiging van de ander?
Mijn stem -
ooit zo licht,
zo hoopvol in een hokje geplaatst-
lijkt nu een echo
in een ruimte
waar beslissingen al genomen waren.
Alsof ik, zonder het te willen,
heb ingestemd
met het geluid van drones
die de lucht doorklieven
als metalen vogels
zonder hartslag.
Speelgoed, noemen ze het soms.
Maar er speelt niets
wanneer de grond beeft
onder iemands laatste adem.
Ik kijk,
of keek—
tot mijn ogen moe werden
van het dragen van zoveel afstandelijk leed.
Dus sloot ik ze,
niet uit onverschilligheid,
maar uit zelfbehoud.
Geen oogkleppen van ontkenning,
maar een poging
om niet te verharden.
Want bitterheid sluipt
als je haar niet in de gaten houdt,
nestelt zich in je woorden,
in je stilte,
in hoe je kijkt naar morgen.
En dat wil ik niet.
Ik wil niet verzuren
in een wereld die al zo scherp smaakt.
Ik wil niet verbitteren
tot ik vergeet
waar zachtheid nog bestaat.
Dus keer ik terug -
niet weg van de wereld,
maar dichter naar binnen.
Naar het nu.
Naar kleine daden
die geen kranten halen,
maar wel iets dragen.
Een hand,
een blik,
een keuze om mens te blijven
wanneer alles roept
om harder te worden.
Misschien is dat geen antwoord
op bommen en macht,
geen oplossing
voor wat zo groot voelt.
Maar misschien -
is het wel het begin
van iets wat we ooit
weer samen zouden kunnen noemen:
leren.





Opmerkingen