top of page

Muziekles voor hulpverleners

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 9 mei
  • 3 minuten om te lezen

(of: waarom sommige therapeuten klinken als een kapotte metronoom)


Ik ben pas begonnen met drummen. Nou ja… begonnen… thuis vooral op de toetsen. Tot grote vreugde van de buren, die nu dagelijks mogen genieten van een ritmische interpretatie van “zoekende beginner met ambitie”.

Maar... of liever en..Ik vind het fantastisch.


Als toetsenist beleef ik muziek ineens totaal anders. Waar ik vroeger vooral dacht in melodieën en akkoorden, hoor ik nu ruimte, timing, gevoel, dynamiek. Ineens snap ik waarom een drummer soms drie noten speelt… en tóch de hele band draagt.


Mijn drumleraar zegt regelmatig:

“Drummen is een vrij beroep.”

Prachtige uitspraak. Want natuurlijk zijn er technieken. Slimme trucjes. Handige methodes waardoor je sneller leert spelen zonder dat je drumstel spontaan in brand vliegt. Maar dat betekent blijkbaar niet dat er maar één juiste manier is.

Sterker nog: grote drummers doen het vaak totaal anders dan “het boekje” voorschrijft.

Te hard. Te los. Te vroeg. Te laat. Andere vingertechniek. Vrij.


En tóch raakt het je.

Waarom? Omdat muziek geen rekensom is. Het is kunst. Creativiteit. Gevoel. Er zijn spelregels, zeker. Maar uiteindelijk draait het om één vraag: Klinkt het goed?

Raakt het iets van binnen?


Over smaak valt niet te twisten.

En terwijl ik daar zat te oefenen op een ritme dat officieel waarschijnlijk verboden is in vier Europese landen, dacht ik ineens:

Dit lijkt verdacht veel op de zorg.


Ook daar bestaan stromingen, methodieken en therapeutische scholen die soms doen alsof zij de enige ware weg hebben ontdekt. Inclusief eigen boeken, eigen keurmerken, eigen intervisies, exclusieve lidmaatschappen, clubblad, vakjargon waar niemand buiten de club iets van begrijpt en natuurlijk een eigen onderzoeksgroep die vooral onderzoekt hoe geweldig de eigen methode is.


“Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend.”


Je kent hem vast nog. Begrijp me goed: verschil tussen vakmanschap en prutswerk bestaat absoluut. Sommige hulpverleners veroorzaken zelfs schade omdat ze vooral bezig zijn met hun ego, status of verdienmodel in plaats van met de cliënt. Dat moet je nooit romantiseren.


Maar toch blijft de echte vraag:

Waar gaat het uiteindelijk om?


Zonder klik geen resultaat.

Je kunt cum laude afstuderen, alle protocollen dromen en vijftien certificaten aan de muur hebben hangen — maar dat maakt je nog niet automatisch een goede hulpverlener.


Misschien ben je technisch briljant. Maar helpt het ook echt?

Want wie bepaalt eigenlijk of jij succesvol bent?


Je supervisor?

Je beroepsvereniging?

Het aantal likes op LinkedIn onder je artikel over “evidence based transdiagnostisch interveniëren binnen systemische contexten”?


Of... die ene cliënt die na drie gesprekken denkt: “Fijn mens. Bij jou durf ik eerlijk te zijn.”


Dat is de echte toets.

De cliënt voelt of jij luistert.

Of je aanwezig bent. Of je ruimte maakt. Of je blijft hangen in je methode terwijl het allang niet meer werkt.


Soms is het grootste succes niet dat iemand perfect “herstelt”, maar dat iemand zegt: “Weet je? Ik ga het weer zelf proberen.”


Niet meetbaar.

Wel waardevol.


Dus misschien moeten hulpverleners wat vaker denken als muzikanten. Minder bezig zijn met perfect volgens de regels spelen. Meer luisteren naar wat er ontstaat.


Want de mooiste muziek ontstaat zelden doordat iedereen exact hetzelfde speelt. Het ontstaat doordat mensen elkaar aanvoelen.


En misschien geldt dat in de zorg ook wel. Dus stel vaker die simpele vraag aan je cliënt:

“Werkt dit voor jou?”

“Voel je je gehoord?”

“Wat helpt?”

“En als dit niet werkt… hoe dan wel?”


Want uiteindelijk is je cliënt geen examencommissie. Het is je publiek. En als die geraakt wordt…

dan speel je waarschijnlijk precies goed.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page