Oploskoffie, zweet en een bruistablet
- René den Haan

- 18 mei
- 2 minuten om te lezen
Sommige hulpverleners reageren op een probleem alsof ze een brandweerslang cadeau hebben gekregen voor hun verjaardag.
Iemand zegt: “Het gaat niet zo goed.”
En voor je het weet hangt de ander half uit het raam met een reddingsboei, een stappenplan, drie adviezen, een ademhalingsoefening en een doorverwijzing naar een mindful alpacaweekend in Drenthe.
Welkom in de wondere wereld van de fixreflex. Hoe slechter het met iemand gaat, hoe harder -wij' gaan werken.
Alsof de cliënt een oplosbaar bouillonblokje is. “Even roeren hoor mevrouw… dan komt alles vanzelf goed.”
Maar mensen zijn geen bruistabletten. Je kunt ze niet in een glas water gooien en verwachten dat er binnen twintig seconden een fris sinaasappelsmaakje ontstaat met extra vitamine Veerkracht.
Toch doen we het voortdurend.
We vullen in. Nemen over.
Drukken oplossingen door de strot nog vóór iemand zelf snapt wat er eigenlijk wringt.
En ondertussen zit de cliënt erbij alsof hij per ongeluk in een wasstraat voor emoties terecht is gekomen.
Het gekke is: juist wanneer iemand vastloopt, is vertragen vaak veel behulpzamer dan versnellen.
Maar stilte vinden we doodeng.
Een stilte van vier seconden voelt voor sommige hulpverleners alsof ze op Discovery Channel live worden opgegeten door een tijger.
Dus hup: weer een advies erin.
Nog een tip. Nog een inzicht.
Nog een schemaatje. Nog een eigen ervaring om over te nemen.
Terwijl de ander misschien gewoon behoefte heeft aan ruimte. Aan iemand die niet meteen gaat trekken aan het gras om het sneller te laten groeien.
De kunst is achteroverleunen.
Niet meteen springen alsof je meedoet aan de Olympische Spelen Hulpverlenen.
Gewoon luisteren. Ademen.
Vertragen.
En als je merkt dat je tóch weer in de zesde versnelling schiet?
Neem zelf een slokje oploskoffie.
Of gooi een bruistablet Vitamine Rust in je eigen glas.
Niet in dat van de cliënt.
Want hoe goedbedoeld ook: niemand wordt sterker van iemand die voortdurend het stuur uit handen trekt.
Sterker nog: hoe harder jij gaat zweten, hoe groter de kans dat de ander achterover gaat leunen.
En dat is de beste les in hulpverleningsland:
Het zweet moet op het juiste voorhoofd staan.





Opmerkingen