Ouderdom zit tussen je oren? Nou... deels wel!
- René den Haan

- 14 mei
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 15 mei
“Je bent zo gezond als je je voelt.”
Dat klinkt als iets wat op een tegeltje naast een Boeddhabeeldje staat. Zo’n uitspraak waarvan je denkt: ja hoor, vertel dat maar eens tegen iemand met artrose, een kunstheup en een gehoorapparaat dat piept alsof er een vrachtwagen achteruitrijdt.
En toch zit er iets ongemakkelijk waars in. Want hoe wij naar ouder worden kijken, blijkt verrassend veel invloed te hebben op hoe we daadwerkelijk ouder worden. Niet alleen mentaal, maar zelfs lichamelijk. Sterker nog: onderzoek laat zien dat een negatieve kijk op ouder worden samenhangt met slechter geheugen, meer stress, hogere bloeddruk en zelfs een tragere loopsnelheid.
Met andere woorden: sommige mensen worden niet alleen oud… ze gaan ook oud lopen.
En dat is best bijzonder. Stel je voor dat je buurman sneller loopt omdat hij denkt: “Ik ben nog hartstikke vitaal”, terwijl jij achter hem aansukkelt omdat je jezelf op je 67e al mentaal hebt opgegeven en vrijwillig bent veranderd in een menselijke beige regenjas.
Ons beeld van ouderdom blijkt namelijk geen onschuldige mening, maar een soort zelfvervullende voorspelling.
Wie denkt: “Ach, op mijn leeftijd leer je niks nieuws meer,” begint vaak niet eens meer.
Wie denkt: “Mijn geheugen wordt toch alleen maar slechter,” gaat ieder vergeten wachtwoord zien als het begin van dementie.
En wie denkt: “Het leven wordt alleen maar minder,” gaat zich daar vaak onbewust ook naar gedragen.
Het vreemde is: die negatieve beelden over ouderen blijken vaak nergens op gebaseerd.
Nederlanders overschatten massaal de ellende van ouderdom en onderschatten de positieve kanten.
En het wordt nog ironischer: vooral mensen die met ouderen werken blijken vol stereotypen te zitten. Misschien omdat zij vooral de kwetsbare ouderen zien en daardoor vergeten dat er ook zeventigers bestaan die drie keer per week padellen, vrijwilligerswerk doen, Spaans leren en meer sociale afspraken hebben dan de gemiddelde dertiger.
We hebben van ouderdom bijna een medisch probleem gemaakt.
Alsof iedere rimpel een diagnose is.
Terwijl onderzoek juist laat zien dat veel ouderen op bepaalde vlakken beter functioneren dan jongeren. Ouderen blijken vaak beter in relativeren, verbanden leggen en pragmatisch denken. Logisch ook: als je veertig jaar belastingformulieren, verbouwingen, schoonfamilies, pubers, reorganisaties en kapotte cv-ketels hebt overleefd, ontwikkel je vanzelf enig probleemoplossend vermogen.
Dat noemen we vroeger gewoon wijsheid.
Nu noemen we het “niet meer zo snel met apps”.
Ook mooi: jarenlang dachten we dat hersenen na je jeugd langzaam dichtklapten als een verlopen laptop. Maar inmiddels weten we dat hersenen trainbaar blijven.
Het brein is plastisch.
Dat betekent dus dat je hersenen kunnen blijven ontwikkelen - zelfs als je al klaagt over “de jeugd van tegenwoordig”.
De grote grap is misschien wel dat jongeren vaak denken dat ouder worden vooral achteruitgang betekent, terwijl veel ouderen uiteindelijk juist rustiger, veerkrachtiger en psychologisch stabieler worden.
Minder bewijsdrang.
Minder sociale paniek.
Minder behoefte om op Ibiza op een opblaasflamingo “living my best life” te posten.
En dáár wel de echte winst van ouder worden. Want succesvol ouder worden betekent niet dat je op je 82e nog een sixpack hebt en marathons rent in fluoriserende compressiekleding.
Het betekent dat je je kunt aanpassen aan veranderingen zonder jezelf af te schrijven.
Dat je nieuwsgierig blijft.
Sociaal actief blijft.
Blijft leren.
Blijft leven.
Want de gevaarlijkste gedachte over ouderdom is misschien niet: “Ik word ouder.”
Maar: “Het heeft toch geen zin meer.”
En precies dáár begint vaak de echte achteruitgang.





Opmerkingen