Positieve gezondheid, een haperend brein en..een hond die het beter snapt dan wij
- René den Haan

- 2 apr
- 3 minuten om te lezen
Er zijn van die momenten in de zorg waarop je denkt: we hebben jaren gestudeerd, protocollen geschreven, scholingen gevolgd…
En dan komt er een labradoodle binnenlopen en fixt het in 30 seconden.
Welkom in de wereld van dieren en een haperend brein.
De zorgprofessional vs. de hond
Jij: “Goedemiddag meneer Jansen, hoe gaat het vandaag met u? Zullen we even -”
Meneer Jansen:
kijkt weg, zucht, geen zin in dit gesprek
De hond:
loopt binnen, kwispelt, gaat zitten..
Meneer Jansen:
“OHHH HONDJE!!!”
En daar gaat je zorgplan. Overgenomen door vier poten en een natte neus.
Dieren: de ultieme communicatietrainer
Waar wij soms struikelen over woorden, verwachtingen en goedbedoelde vragen, doen dieren iets revolutionairs:
Ze doen… niks ingewikkelds.
Geen dubbele agenda
Geen oordeel
Geen “u moet dit” of “u zou dat”
Gewoon: aanwezigheid
En juist dat is goud bij dementie.
Want als het brein hapert, zijn eenvoud en echtheid alles.
Even terug naar vroeger
Een van de mooiste dingen: dieren halen herinneringen op waar wij met geen enkel gesprek bij komen.
Een hond kan ineens:
-herinneringen aan vroeger oproepen en een glimlach terugbrengen die al weken weg was, of een gesprek openen zonder dat het als “gesprek” voelt
Niet omdat de hond zo’n briljante therapeut is (sorry, zorgprofessionals), maar omdat gevoel vaak langer blijft dan taal.
Het wonder van Boomer (en al haar collega’s)
Stel je voor: Een man van 93 ligt in bed. Weinig energie, weinig woorden.
En dan komt daar een hond binnen. Rustig. Zacht. Zonder haast.
Hij maakt ruimte op zijn kussen.
Dat zegt alles.
Geen intakeformulier nodig. Geen behandelplan.
Gewoon: kom maar hier.
Dat is positieve gezondheid in zijn puurste vorm: niet focussen op wat weg is, maar op wat er nog wél is.
En soms (eigenlijkvaak) is dat… de behoefte om te knuffelen.
Knuffelen: zwaar onderschat medicijn
Even eerlijk: hoe vaak wordt iemand van 90 nog echt aangeraakt?
Precies.
En dan komt daar een dier dat:
zonder gêne tegen je aan kruipt, zonder oordeel dichtbij komt
zonder woorden zegt: “je bent oké”
Dat doet iets met een mens.
Met stemming, met rust, met gevoel van verbondenheid.
Geen pil die daar tegenop kan.
Structuur met een staart
Een dier brengt iets wat in dementie vaak verdwijnt: ritme.
De hond moet naar buiten, de kat wil eten, het aquarium wacht (ja, zelfs vissen doen mee)
Ineens is er weer: een reden om op te staan: een taak, een klein stukje verantwoordelijkheid.
En dat gevoel – ik doe ertoe – is misschien wel belangrijker dan welke bewegingsoefening ook.
Bewegen zonder dat het moet
Want ja, daar is ‘ie weer: bewegen.
Maar met een hond wordt dat:
geen “oefening”, maar een wandeling. Geen “activiteit”-
maar “even naar buiten”
En voor je het weet: betere slaap
minder onrust, meer eetlust, minder somberheid.
Allemaal dankzij iemand die vooral geïnteresseerd is in paaltjes en stokjes.
De hond voelt dingen die wij missen
Het licht ongemakkelijke deel:
soms voelt een hond beter aan wat er speelt dan wij.
Agressie? Onrust? Spanning?
De hond blijft staan. Twijfelt. Of loopt juist direct naar iemand toe.
En wij?
Wij hadden nog een observatielijst nodig.
Pijnlijk. Maar ook prachtig.
Dieren als brug
Wat dieren misschien wel het beste doen:
Ze maken contact weer makkelijk.
Je hebt meteen een onderwerp
Gesprekken ontstaan vanzelf
Niets voelt geforceerd
En misschien nog wel belangrijker: mensen voelen zich niet “benaderd”, maar “ontmoet”.
En nee, het hoeft geen hond te zijn..
Voor de duidelijkheid: niet iedereen zit te wachten op een kwispelende therapie.
Gelukkig zijn er opties:
Katten (minder onderhoud, zelfde knuffelfactor)
Vissen (rustgevend, bewezen effect op eetlust)
Paarden (voor wie nog groots durft te dromen).
Het gaat niet om het dier.
Het gaat om de verbinding.
Tot slot: wie zorgt hier eigenlijk voor wie?
We denken vaak dat wij zorgen voor mensen met dementie.
En ja, dat doen we ook.
Maar soms… zorgt een dier voor iets wat wij niet kunnen.
Rust.
Contact.
Een glimlach zonder reden.
Dus de volgende keer dat iemand zegt: “we moeten iets met positieve gezondheid en dementie…”
Misschien is het antwoord niet ingewikkelder dan:
“Hebben we al een hond geprobeerd?”
En anders een kat.
Of een vis...
Als hij maar geen zorgplan hoeft te lezen.





Opmerkingen