Positieve Gezondheid: moet je dan ineens je eigen boterham smeren in het verpleeghuis?
- René den Haan

- 16 mrt
- 3 minuten om te lezen
Als Positieve Gezondheid ergens in een visiedocument verschijnt hoor ik regelmatig een licht paniekerige reactie:
“Dus… ouderen moeten straks alles weer zelf doen?”
Of nog concreter:
“Moet je in het verpleeghuis straks je eigen boterham smeren?”
Het is een fascinerende gedachte. Alsof Positieve Gezondheid een soort beleidsmatige versie van Wie is de Mol? is, maar dan met boterhammen. Niemand weet precies wat de bedoeling is, maar iedereen voelt dat er ergens een opdracht ligt.
De grote belofte van eigen regie
Jaren geleden stond het al in beleidsstukken: ouderen van nu willen regie. Zelf beslissen. Zo lang mogelijk thuis blijven.
Eerlijk is eerlijk: dat klopt natuurlijk.Ik heb nog nooit iemand horen zeggen:
“Weet je wat mijn droom is? Zo snel mogelijk mijn autonomie inleveren en ergens in een instelling wachten tot iemand mij vertelt wat ik vandaag mag eten.”
Dus er gebeurde wat er moest gebeuren:
verzorgingshuizen sloten, bedden werden afgebouwd, zorg ging de wijk in.
Ambulantisering.
Wijkteams.
POH’s.
Dagbesteding.
Buurthuizen.
Het idee was logisch: meer zorg dichtbij huis, meer eigen regie.
Alleen… ergens onderweg bleek de praktijk iets weerbarstiger dan de PowerPoint.
De rekensom van de realiteit
Want terwijl het beleid sprak over regie, gebeurde er nog iets anders:
Meer ouderen
Minder zorgpersoneel
Meer druk op mantelzorg
Meer crisisopnames
En plotseling liggen ziekenhuisbedden vol met mensen die daar eigenlijk helemaal niet horen, simpelweg omdat het thuis niet meer gaat.
Mantelzorgers draaien ondertussen een driedubbele dienst:
werken, kinderen opvoeden en ondertussen zorgen voor hun ouders.
Uit liefde, absoluut.
Maar liefde alleen is geen roosterplanning.
En dus is het misschien toch een goed moment om voorzichtig te constateren dat sommige maatschappelijke ontwikkelingen al decennia geleden voorspelbaar waren.
Vergrijzing kwam niet bepaald als een verrassingsaanval uit de bosjes gesprongen.
Kortetermijnwinsten lossen zelden langetermijnvraagstukken op. Zeker niet als het om zorg gaat.
En dan komt Positieve Gezondheid
En precies op dat moment verschijnt daar: Positieve Gezondheid.
Sommigen denken dat het een verkapte bezuinigingsmaatregel is.
“Wat kunt u nog zelf?”
“Nou, ik kan nog ademen.”
“Perfect! Dan doen we de rest ook zelf.”
Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. De kern van Positieve Gezondheid is juist het tegenovergestelde:
niet de aandoening centraal, maar de mens.
Niet: Wat mankeert u?
Maar: Wat is voor u een goede dag?
En dat verandert eigenlijk alles.
De boterham als filosofisch vraagstuk
Neem die beroemde boterham.
Voor de ene bewoner kan het heerlijk zijn om ’s ochtends zelf een boterham te smeren. Een stukje autonomie, een herkenbare handeling, een begin van de dag.
Voor de ander is het precies het tegenovergestelde.
Misschien heeft die persoon zijn hele leven in de horeca gewerkt. Of in de zorg. Altijd voor anderen gezorgd. Altijd in de weer geweest.
En misschien is het dan wel het grootste luxegevoel denkbaar dat iemand nu eens voor hem of haar een boterham smeert.
Niet omdat het niet meer kan.
Maar omdat het niet meer hoeft.
En dat is óók regie.
Maatwerk is geen luxe
Positieve Gezondheid betekent dus niet dat iedereen ineens moet gaan “participeren”.
Het betekent dat we serieus nemen dat mensen verschillend zijn.
De ene cliënt wil graag blijven koken.
De ander wil vooral samen eten.
De ene wil stoppen met roken.
De ander wil vooral genieten van zijn laatste sigaartje.
En zolang het doel van de cliënt – welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven – centraal staat, gebeurt er iets bijzonders.
Mensen voelen zich gehoord.
En wanneer mensen zich gehoord voelen, pakken ze vaak vanzelf weer een stukje regie terug.
Niet omdat het moet.
Maar omdat het kan.
De echte innovatie
Misschien zit de echte innovatie dus helemaal niet in robots, apps of slimme sensoren.
Misschien zit die in iets veel simpelers:
echt luisteren naar wat voor iemand een goede dag is.
En soms betekent dat:
iemand helpen zelf een boterham te smeren.
En soms betekent het:
er gewoon één voor hem maken.
Met een plakje kaas.
Of hagelslag.
En een beetje aandacht ernaast.
Want uiteindelijk blijkt dat nog steeds de beste zorginnovatie die we hebben.





Opmerkingen