Psychiatrie in het verpleeghuis, wat nu?!
- René den Haan

- 12 apr
- 3 minuten om te lezen
Psychiatrie in het verpleeghuis: echt niet moeilijk! (maar we maken het wel graag ingewikkeld)
Er komt een nieuwe bewoner binnen in het verpleeghuis.
De koffie staat klaar, de kamer is netjes… en ergens in het dossier staat het woord: psychiatrie.
En daar gaat het mis.
Niet bij de bewoner.
Maar bij ons.
Want voor je het weet verandert meneer Jansen in “een psychiatrische casus”.
En ineens lopen we allemaal nét iets anders de kamer binnen. Voorzichtiger. Afwachtender. Iets meer op eieren dan op Crocs.
En raad eens?
Meneer Jansen merkt dat.
Hij voelt de spanning, reageert daarop, en voilà:
de zelfvervullende profetie is geboren.
Gefeliciteerd, we hebben zojuist samen het probleem gecreëerd dat we probeerden te voorkomen.
Psychogeriatrie: what’s in the name?
Ouder worden is een fulltime baan. Tel daar een lichaam bij op dat steeds vaker “nee” zegt, een brein dat af en toe buffering nodig heeft, een medicatielijst waar je u tegen zegt (polyfarmacie als hobby), en een sociaal netwerk dat kleiner wordt…
En ja, dan kan er ook nog somberheid, angst, trauma of verwarring bijkomen.
Klinkt ingewikkeld? Is het soms ook. Maar als we alles afpellen, blijft er iets verrassend eenvoudigs over: een mens die ergens in het leven is vastgelopen. Iemand die geprobeerd heeft het zelf te doen. Iemand die hulp heeft gezocht. Of had willen zoeken.
En nu bij ons komt wonen.
Niet als diagnose. Maar als mens.
Wat is er écht aan de hand?
Spoiler: zelden “psychiatrie”.
Wat we zien is meestal dit:
iemand die behoefte heeft aan:
gezien worden
gehoord worden
erbij horen
veiligheid/ geborgenheid
continuïteit (blijf je even bij me?)
iets doen wat nog lukt en betekenis geeft
Kortom: iemand die wil leven.
En eerlijk… dat geldt ook voor jou. En voor mij.
Alleen hebben wij nog geen zorgdossier.
Psychiatrie in het verpleeghuis: wat nu?
Hier komt het ingewikkelde deel.
Klaar?
Zie een mens.
Dat is het.
Gedrag is zelden “lastig”. Gedrag is informatie.
Onrust? → misschien angst.
Boosheid? → misschien gemis aan regie.
Terugtrekken? → misschien overprikkeling of verdriet.
Als je gedrag leest als een behoefte, wordt je werk ineens een stuk logischer. En stiekem ook leuker.
En de behandeling dan?
Die is er allang.
Gewoon… bij jullie op de afdeling.
Het multidisciplinair team is geen luxe, maar echt puur goud:
-zorgmedewerkers (de echte specialisten in nabijheid)
-psycholoog of gedragsdeskundige (wat knikjes en wat wijze woorden over de benadering)
-arts of verpleegkundig specialist (expert in het optimaliseren lichaam én afbouwen van een teveel aan medicamenten)
-activiteitenbegeleiding (dagbeleving!)
- vaktherapie- van muziek tot beweging
-fysiotherapeut (optimalisering van het bewegingsapparaat)
-ergotherapeut (expert in aanpassingen om toch mee te kunnen blijven doen)
-logopedist (van slikken tot communiceren)
-diëtist (optimalisering van vocht en voeding)
-geestelijk verzorger (zingeving )
-maatschappejk werker (systemen en ondersteuningvan mantelzorg)
En ja, soms is er een extra zetje nodig vanuit de (ouderen)GGZ.
Met wat we in de volksmond noemen: pillen, praten en doen.
Maar laten we niet doen alsof dát de magie is.
De echte behandeling zit vaak in:
een vertrouwd gezicht, iemand die blijft, ook als het lastig wordt
aansluiten bij wat iemand al kent
en… geduld (het minst sexy, maar meest effectieve ingrediënt)
Na 25 jaar als psycholoog heb ik één conclusie:
De ene oudere is de andere niet.
Shocker, ik weet het.
Protocollen proberen orde te scheppen, maar de werkelijkheid is weerbarstig. Want niemand is ooit “maar één ding”.
Dus maatwerk is geen luxe.
Het is de enige werkbare optie.
En als je dan toch ergens op wilt inzetten?
Zingeving en dagbeleving.
Ken het levensverhaal.
Weet wat iemand belangrijk vindt.
Zoek naar wat nog wél kan.
Want uiteindelijk gaat het hierom:
waardig leven…en waardig sterven.
Het geheim (niet doorvertellen)
We doen in het verpleeghuis soms alsof psychiatrie iets is wat van buiten moet komen.
Iets ingewikkelds. Iets specialistisch. Maar het mooie is:
we zijn er al heel goed in.
Echt.
Alleen moeten we af en toe stoppen met moeilijk doen
en weer beginnen met kijken.
Naar de mens.
Dat scheelt een hoop gedoe.
En waarschijnlijk ook een paar onnodige protocollen...





Opmerkingen