Trauma is het nieuwe gluten?
- René den Haan

- 15 mei
- 3 minuten om te lezen
Een verkeerde opmerking van een collega? Trauma.
Een ex die je ghostte? Trauma.
Een docent die ooit zei dat je “meer in je mars had”? Jeugdtrauma.
En onder #traumadump gooien miljoenen TikTokkers hun emotionele vuilniszakken online leeg alsof ze meedoen aan de psychologische versie van Heel Holland Bakt.
Begrijp me niet verkeerd: trauma bestaat. Echt. En het kan verwoestend zijn.
Maar misschien gebruiken we het woord inmiddels zó vaak, dat het bijna hetzelfde lot ondergaat als “letterlijk”. Iedereen gebruikt het, maar niemand weet nog precies wat het betekent.
Wanneer is iets eigenlijk écht trauma?
Volgens psychologen gaat trauma over een schokkende, angstaanjagende of levensbedreigende gebeurtenis.
Je lichaam en brein registreren: ik ben niet veilig.
Dat kan oorlog zijn. Mishandeling. Misbruik. Een ernstig ongeluk. Verlating. Chronische verwaarlozing.
Dingen die diep in je zenuwstelsel kruipen en daar soms jarenlang blijven wonen als ongewenste huisgenoten.
Maar hier wordt het ingewikkeld.
Niet iedereen reageert hetzelfde op dezelfde gebeurtenis.
De één overleeft een auto-ongeluk en rijdt de volgende dag weer vrolijk naar de Gamma.
De ander raakt ontregeld door jarenlang gepest worden op school.
Trauma zit namelijk niet alleen in wat er gebeurde.
Maar ook in hoe jouw systeem het heeft opgeslagen. En soms ontstaat schade juist door wat er níét was.
Geen aandacht.
Geen veiligheid.
Geen liefde.
Geen ouder die zei: “Ik zie je.”
Dat laat ook sporen na.
Maar niet elk rotgevoel is een trauma
Dat is de andere kant van het verhaal. Want tegenwoordig lijkt elk ongemak meteen klinisch verklaard te moeten worden. Alsof verdriet niet meer gewoon verdriet mag zijn. Alsof teleurstelling onmiddellijk een diagnose nodig heeft.
Je partner ging vreemd. Dat doet pijn. Veel pijn zelfs.
Maar pijn is niet automatisch PTSS.
Je werd afgewezen.
Genegeerd.
Niet gekozen.
Dat kan je onzeker maken, boos, verdrietig of wantrouwend.
Maar het leven zonder emotionele blauwe plekken bestaat alleen in Disneyfilms. (En zelfs daar verliezen ze vaak eerst een ouder). Soms is iets gewoon… pijnlijk menselijk.
De bal onder water
Mensen willen weg van pijn. Logisch. Dus stoppen we herinneringen weg. Duwen emoties naar beneden. Gaan harder werken, scrollen, drinken, zorgen, pleasen of analyseren.
Het lijkt een beetje op een bal onder water duwen.
Dat lukt best even.
Maar ondertussen sta je met rood hoofd, trillende armen en samengeknepen kaken in het zwembad van je eigen leven.
En vroeg of laat…
BOING.
Daar schiet die bal weer omhoog. Vaak precies op het moment dat je nét dacht dat je jezelf eindelijk “onder controle” had.
Veel traumaklachten draaien daarom om vermijding.
Niet voelen. Niet herinneren.
Niet stilstaan. Niet naar dat park.
Niet dat gesprek. Niet die emotie.
Want vermijden werkt 'fantastisch'. Tot het je hele leven klein maakt.
De behandelkamer vol “weet ik niet”
Therapeuten kennen het maar al te goed. Mensen die zeggen dat ze dolgraag beter willen worden - en tegelijkertijd alles doen om niet te voelen wat gevoeld moet worden.
Ze draaien weg.
Worden vaag.
Zeggen twintig keer “weet ik niet”.
Maken grapjes precies op het moment dat het spannend wordt.
Niet omdat ze ongemotiveerd zijn.
Maar omdat hun zenuwstelsel denkt dat voelen gevaarlijk is.
Trauma zit namelijk niet alleen in gedachten. Het woont ook in spieren, ademhaling, hartslag, spanning, alertheid.
Je lichaam onthoudt soms dingen die je hoofd allang vergeten is.
En tóch is er hoop
Hier komt het deel waar Instagram-coaches meestal roepen: “Wat je niet doodt maakt je sterker!”
Rustig aan, Rocky Balboa.
Trauma romantiseren is net zo onverstandig als alles trauma noemen.
Maar er bestaat wél zoiets als posttraumatische groei.
Mensen die door diepe crisis uiteindelijk anders naar het leven gaan kijken. Zachter. Wijzer. Sterker. Meer verbonden.
Niet ondanks de pijn.
Maar doordat ze erdoorheen gingen.
Sommigen gaan relaties meer waarderen. Anderen ontdekken grenzen, kracht of betekenis.
Sommigen worden hulpverlener omdat niemand hen ooit hielp.
Dat betekent niet dat trauma “goed” was. Alleen dat mensen soms iets bijzonders kunnen doen met wat hen is overkomen.
Een wond kan een litteken worden. En een litteken is niet hetzelfde als een open wond.
Misschien moeten we weer leren verdragen Misschien is dat wel het echte probleem van deze tijd.
Niet dat mensen te gevoelig zijn.
Maar dat we steeds minder ruimte hebben voor ongemak.
Alles moet verklaard.
Gelabeld.
Gediagnosticeerd.
Geoptimaliseerd.
Terwijl een mens soms gewoon verdrietig, bang, gekwetst of in de war mag zijn zonder dat daar meteen een psychologisch keurmerk op hoeft.
Niet alles is dus trauma.
Maar trauma is ook veel meer dan “een nare ervaring”.
En juist daarom moeten we zorgvuldig zijn met dat woord.
Want als alles trauma wordt…
dan herkennen we straks het echte trauma niet meer.





Opmerkingen