Veldobservaties van de Amsterdamse stadsbioloog
- René den Haan

- 21 mei
- 3 minuten om te lezen
De gepensioneerde stadsbioloog Guus Plins heeft zijn klapstoeltje weer uitgeklapt in het Amsterdamse Oosterpark.
Thermoskan koffie erbij. Verrekijker op schoot. Notitieboekje in de aanslag.
“Vroeger,” mompelt Guus terwijl hij een krentenbol uit een plastic zakje peutert, “had je hier brandnetels, dronken meeuwen en drie heroïnegebruikers die elkaar al twintig jaar kenden.
Prachtige biodiversiteit. Het park rook naar natte hond en existentiële wanhoop. Maar het leefde.”
Nu is het Oosterpark veranderd in een strak geregisseerde openluchtjungle van zelfexpressie, havercappuccino’s en territoriumdrift.
'Een moderne Apenrots', volgens Plins.. 'Alleen slingert niemand meer in bomen. Men slingert nu vooral meningen, bakfietsen en LinkedIn-termen.'
Guus observeert aandachtig de nieuwe soorten die zich in dit ecosysteem hebben gevestigd.
“Bijzonder fascinerend,” fluistert hij. “Vooral in de paartijd.”
De Gluurmakaak
Macaca narcissistica urbanensis
Deze soort beweegt zich in kleine groepjes voort met een telefoon permanent in de hand. Het mannetje maakt voortdurend foto’s van zichzelf alsof hij zeldzaam is, terwijl het vrouwtje twintig minuten een croissant fotografeert voordat zij hem opeet.
De Gluurmakaak leeft van zichtbaarheid. Zonder publiek sterft hij vermoedelijk binnen drie werkdagen. Zijn lokroep bestaat uit zinnen als: “Ja, ik ben gewoon even helemaal offline gegaan in Portugal.” Gevolgd door 184 Instagramstories.
De Dominante Terrasbaviaan
Papio alfa-amsterdamicus
Een imposante soort. Herkenbaar aan opgespannen kaaklijn, witte sneakers en een stemvolume alsof iedereen op het terras auditieve problemen heeft.
Deze primaat claimt onmiddellijk territorium door drie stoelen, een MacBook en een halve liter bruiswater strategisch neer te zetten.
Oogcontact wordt sterk afgeraden. De Terrasbaviaan interpreteert dit namelijk als een directe uitdaging van zijn leiderschap.
Binnen enkele seconden kan hij overgaan tot agressief borstgeroffel: “Bro, ik zit letterlijk in drie vastgoeddeals tegelijk.”
Guus noteert: “Voedt zich voornamelijk met aandacht en IPA-bier.”
De Hardloopmangoest
Joggus lycraticus compulsivus
Elke ochtend rond 07:12 verschijnt deze atletische stadssoort in neonkleuren langs de vijver. Het dier rent nooit ergens naartoe. Het rent vooral weg van stilzitten.
De Hardloopmangoest communiceert uitsluitend via sporthorloges: “Mijn herstelwaarde was dramatisch vannacht.”
Niemand weet wat dit betekent. Zelfs de mangoest zelf niet.
Het mannetje draagt compressiekleding die zo strak zit dat Guus vermoedt dat sommige organen inmiddels in een andere postcode verblijven.
De Havermelkgibbon
Lattus oatensis progressiva
Een uiterst sociale soort die leeft van kombucha, morele superioriteit en lichte glutenpaniek.
Deze primaat herken je aan duurzame regenjassen van 700 euro en gesprekken die beginnen met: “Mag ik daar even iets over voelen?”
De Havermelkgibbon voedt zich uitsluitend met voeding waarvan de smaak secundair is aan het verhaal erachter.
De Prenatale Yogalemur
Lemura zenna gravida
Een vreedzame groepssoort die zich verzamelt op kleedjes in het gras. De Prenatale Yogalemur ademt collectief, neuriet zacht en noemt haar ongeboren kind steevast “ons minimensje”.
Mannetjes van deze soort lopen er vaak iets verloren achteraan met een bakfietshelm in de hand en een gezicht alsof ze per ongeluk in een documentaire terecht zijn gekomen.
Guus observeert: “Het vrouwtje straalt rust uit. Het mannetje straalt hypotheekstress uit.”
De Vergaderchimp
Chimpanzus consultaticus
Deze soort werkt nooit zichtbaar, maar is permanent druk. Zit meestal buiten met laptop open, terwijl er exact nul toetsen worden aangeraakt.
Communiceert in kreten als: “We moeten het gesprek echt even holistisch aanvliegen.” of: “Daar zit voor mij niet meteen een ja op.”
De Vergaderchimp heeft geen natuurlijke vijanden, behalve concrete vragen.
De Fietsflamingo
Cyclus arrogantis maximus
Misschien wel de gevaarlijkste soort van allemaal.
Deze lange, haastige stadsprimaat beweegt zich voort op een elektrische fiets van zesduizend euro en beschouwt verkeersregels als een koloniale suggestie.
De Fietsflamingo laat zich horen met scherpe waarschuwingskreten zoals: “HOOO!” wat in de lokale taal betekent: “Ik reed zelf door rood maar dit voelt toch als jouw schuld.”
Guus zucht tevreden en schenkt zichzelf nog wat lauwe koffie in.
“Het mooie,” zegt hij terwijl een havercappuccino over zijn schoenen wordt gemorst door een opgewonden Terrasbaviaan, “is dat de mens uiteindelijk ook gewoon een dier blijft.”
Hij kijkt om zich heen.
De paringsdansen op het terras. De dominantiegevechten bij de koffiebar. De territoriumdrift rondom picknickkleedjes. Het angstige vermijden van oogcontact in de ochtend.
“Allemaal exact hetzelfde als vroeger,” glimlacht Guus. “Alleen hebben de apen tegenwoordig een leasefiets en een podcast.”





Opmerkingen