Waarom de tijd ineens vliegt
- René den Haan

- 14 mei
- 3 minuten om te lezen
(en wat een zandloper ons probeert te vertellen)
Toen je acht was, duurde zes weken zomervakantie ongeveer net zo lang als de Middeleeuwen. Nu knipper je één keer met je ogen en is het alweer kerst, terwijl de paaseitjes nog in de kast liggen. De tijd doet iets vreemds als je ouder wordt.
Filosoof Douwe Draaisma beschreef dat prachtig met het beeld van een zandloper. Hoe ouder de zandloper, hoe gladder de korrels, hoe sneller alles erdoorheen glijdt.
En zo voelt het leven soms ook. Eerst duurt een schooldag eindeloos. Later verdwijnen complete jaren alsof iemand op de afstandsbediening van je leven op “2x afspelen” heeft gedrukt.
Voor je het weet ben je oud genoeg om zinnen te zeggen als: “Waar blijft de tijd?” of: “Het was laatst toch nog 2014?”
Nee. Dat was tien jaar geleden,
Henk.
Volgens Draaisma heeft dat alles te maken met herinneringen. In onze jeugd maken we voortdurend dingen voor het eerst mee: eerste verliefdheid, eerste vakantie zonder ouders, eerste biertje, eerste gênante kapsel waar je nu nog wakker van schrikt.
Die eerste keren slaan diepe sporen op in het geheugen. Daarom lijkt die periode achteraf rijk en lang. Het is gevulde tijd.
Later wordt het leven voorspelbaarder. De vierde Center Parcs-vakantie maakt nu eenmaal minder indruk dan je eerste interrailreis waarbij je per ongeluk in Slovenië belandde zonder geld en met een slaapzak die naar natte hond rook.
Het wrange is: hoe meer routine, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Hoe leger de tijd ook lijkt te zijn. Misschien daarom voelen sommige mensen zich op hun vijftigste ineens alsof ze een menselijke agenda zijn geworden.
Opstaan.
Werken.
Boodschappen.
Vergaderen.
Serie kijken.
Slapen.
Herhalen tot overlijden.
En precies daar komt zingeving om de hoek kijken.
Want ouder worden gaat uiteindelijk niet alleen over rimpels, cholesterol of het geluid dat je maakt wanneer je opstaat uit een stoel.
Het gaat steeds meer over de vraag: “Waar doe ik het eigenlijk nog voor?”
Dat klinkt zwaar, maar eigenlijk is het een heel gezond teken.
Want zodra mensen beseffen dat tijd beperkt is, gaan ze kritischer kijken naar wat werkelijk belangrijk is. Ineens wordt duidelijk dat je leven misschien niet bedoeld is om alleen mails te beantwoorden die beginnen met: “Even een kleine vraag…”
De Oostenrijkse psychiater Viktor Frankl schreef al dat mensen betekenis nodig hebben om psychisch gezond te blijven. Niet perfectie. Niet eeuwige jeugd. Maar het gevoel dat je leven ergens over gaat.
En misschien worden die vragen juist sterker als je ouder wordt:
Wat maakt mij gelukkig?
Wat wil ik nog doen zolang het kan?
Welke dromen liggen ergens stoffig achterin een la?
Waarom besteed ik nog tijd aan dingen waar ik eigenlijk leeg van loop?
Het mooie is: ouder worden kan mensen juist dichter bij zichzelf brengen.
Sommigen gaan schilderen.
Anderen schrijven eindelijk dat boek.
Weer anderen zeggen voor het eerst in hun leven: “Weet je wat? Ik heb hier gewoon geen zin meer in.” Ook dat is persoonlijke groei.
Toch zit er een risico aan ouder worden. Want naarmate gezondheid kwetsbaarder wordt, kunnen mensen ook het gevoel krijgen de controle kwijt te raken.
Het lichaam begint zich soms te gedragen alsof het abonnement op samenwerking plotseling is opgezegd.
Eerst heb je een leesbril nodig.
Dan een sterkere leesbril.
Daarna zoek je vijf minuten naar die leesbril terwijl hij op je hoofd staat.
En als lichamelijke beperkingen toenemen, dreigt soms iets gevaarlijkers dan ziekte zelf: hulpeloosheid.
Psycholoog Martin Seligman noemde dat “aangeleerde hulpeloosheid”. Wanneer mensen keer op keer ervaren dat ze geen invloed meer hebben, kunnen ze langzaam stoppen met proberen.
Dat zie je soms ook in de zorg.
Mensen verliezen niet alleen functies, maar ook regie. Ineens wordt alles vóór hen besloten. Wanneer ze eten. Wanneer ze douchen. Wanneer ze naar buiten mogen. Alsof volwassen mensen langzaam veranderen in projectmanagement met steunkousen.
Terwijl autonomie juist cruciaal blijft. Mensen willen voelen: “Ik doe er nog toe.”
“Ik kan nog kiezen.”
“Ik heb nog invloed.”
Want zonder invloed ontstaat leegte. En zonder betekenis wordt zelfs een gezond leven verrassend zwaar.
Misschien is dat wel de grootste les van ouder worden:
Niet dat de tijd sneller gaat.
Maar dat tijd waardevoller wordt.
En dat is eigenlijk helemaal geen sombere gedachte.
Integendeel. Want juist omdat het leven eindig is, worden keuzes belangrijk. Liefde belangrijk. Vriendschap belangrijk. Tijd belangrijk.
Een oneindig leven zou waarschijnlijk leiden tot eeuwig uitstelgedrag.
“Dat boek schrijf ik later wel.”
“Die reis maak ik ooit nog.”
“Ik bel mijn moeder morgen wel.”
Maar ouder worden fluistert steeds iets harder: Misschien is later minder vanzelfsprekend dan je denkt.
En misschien is dát precies waarom sommige ouderen uiteindelijk beter begrijpen waar het leven werkelijk om draait dan mensen die nog denken dat ze alle tijd van de wereld hebben.





Opmerkingen