top of page

Weerstand bestaat niet. Alleen slechte wifi tussen mensen.

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 3 apr
  • 4 minuten om te lezen

Laten we maar meteen met een heilige koe beginnen:


“Mijn cliënt is ongemotiveerd.”


Ah. De klassieker.

Zorgprofessionals zeggen het soms alsof ze een zeldzame diagnose stellen. Alsof het in de DSM staat, ergens tussen “lastig gedrag” en “maandagochtend”.

Maar wat nou als we dat hele idee eens omdraaien?


Wat nou als weerstand niet bestaat…maar gewoon een signaal is dat jij en je cliënt op een ander kanaal zitten te zenden?


Welkom in de wereld van oplossingsgericht en positieve gezondheidszorg. Waar motivatie geen voorwaarde is, maar een resultaat van hoe je samenwerkt.


Weerstand kan beter worden gezien als een gebrek aan samenwerking.


Niet de cliënt is het probleem.

De samenwerking is het werkterrein.

In de oplossingsgerichte aanpak kijken we niet alleen naar wat er mis is, maar vooral naar: hoe werken wij eigenlijk samen?


En dan wordt het ineens interessant. Want er zijn grofweg drie “relaties” waarin je kunt zitten:


1. De bezoekertypische relatie

De cliënt die denkt: “Ik weet niet waarom ik hier ben, maar mijn vrouw/huisarts/ etc. vond het een goed idee.”


Geen hulpvraag. Geen probleem. Behalve dan dat iemand anders een probleem met hem heeft.

Je kunt hier gaan duwen, trekken, motiveren… succes.


Of.. je kunt iets slimmer doen: nieuwsgierig worden.


“Van wie was het idee om hier te komen?”


“Wat zou diegene hopen dat er anders wordt?”


“Wat moet er gebeuren zodat u hier niet meer hoeft te komen?”


Geen druk. Geen oordeel. Gewoon… een ingang zoeken.


2. De klaagtypische samenwerking

Deze samenwerking kent wél een probleem. Sterker nog: een hele verzameling.

Alleen… de oplossing ligt bij iemand anders. De partner. De baas. De overheid. Het weer. De kat.


Klassiek voorbeeld uit relatietherapie:

“Als híj eens meer emoties toont, wil ik best vaker intimiteit.”

“Als zíj eens vaker intimiteit wil, ga ik vanzelf meer emoties tonen.”


Gefeliciteerd. Je zit in een kip-ei-loop van epische proporties.


Niet zeggen: “U moet naar uzelf kijken.” (spoiler: werkt niet)

Maar bijvoorbeeld:


“Hoe houdt u dit eigenlijk vol?”


“Wanneer is het probleem er even niet?”


“Stel dat de ander morgen precies doet wat u hoopt… wat zou u dan anders doen?”


En ineens… verschuift de aandacht. Van probleemnaar mogelijk gedrag.


3. De klanttypische samenwerkingsrelatie: de droomcliënt.


“Wat kan ík doen?”


“Hoe kunnen wíj dit verbeteren?”


Hier gebeurt het. Hier komt beweging. Hier gaan professionals stralen alsof ze net een compliment van hun leidinggevende kregen (komt zelden voor, dus extra genieten).


Maar let op: dit is geen persoonlijkheidstype.

Dit is een fase in de samenwerking.


Een klant kan morgen weer een klager zijn. Bijvoorbeeld als jij te hard gaat. Of te veel wil.


Plot twist: jij bent onderdeel van het systeem

Hier wordt het ongemakkelijk.

Want die termen – bezoeker, klager, klant – gaan niet over de cliënt. Ze gaan over de relatie en samenwerking tussen jullie.

Met andere woorden: jij zit er middenin.


Dus als jij denkt:

“Waarom doet deze cliënt niet wat ik zeg?” is de oplossingsgerichte vertaling:


“Hoe sluit ik (nog) niet goed aan?”


Au.


Maar ook: kansrijk.

Motivatie is geen knop. Het is een gevolg.


Veel professionals wachten op motivatie.

“Kom maar terug als je er écht klaar voor bent.”


Dat is een beetje alsof je zegt:

“Ga eerst maar sporten voordat je naar de sportschool komt.”


Motivatie ontstaat niet vóór de samenwerking.

Motivatie ontstaat IN de samenwerking.


Door:

- aan te sluiten

- successen zichtbaar te maken

- kleine stappen te waarderen

- en vooral: niet harder te willen dan de cliënt.


Complimenten: geen suiker, maar brandstof

In deze aanpak zijn complimenten geen gezellig extraatje. Het zijn serieuze interventies.


En nee, niet het soort:

“Wat goed dat u er bent!” (al is dat een prima begin)


Maar:

“U houdt dit al zo lang vol, hoe doet u dat?”

“Blijkbaar lukt het u soms wél om… wat doet u dan anders?”


Je helpt iemand zijn eigen kracht terug te zien. En dat is vaak veel effectiever dan tien adviezen.


Weerstand = informatie

Dus de volgende keer dat je denkt: “Deze cliënt wil niet.”

Probeer eens: “Wat vertelt dit mij over onze samenwerking?”


Misschien:

- ga je te snel

- stel je de verkeerde vragen

- zit je op oplossingen terwijl de ander nog bij het probleem is

of… wil jij gewoon meer dan de cliënt zelf


En dat laatste is misschien wel de meest confronterende.


Oplossingsgericht samenwerken = positieve gezondheid in actie

Dit is waar het samenkomt.

Positieve gezondheid gaat over:

wat nog wél kan en wat ertoe doet- en hoe iemand regie ervaart


Oplossingsgericht werken geeft je het gereedschap om daar te komen.


Niet door harder te werken, maar door slimmer aan te sluiten.


Tot slot (met lichte zelfspot)

We zeggen in de zorg graag dat we mensen “in beweging willen krijgen”.


Maar misschien moeten we eerst eens checken: staan we eigenlijk wel naast ze… of staan we ze vooruit te trekken?


Want eerlijk is eerlijk:

als iemand zich verzet, kan het ook zijn dat jij gewoon te hard duwt.


En dan is de oplossing verrassend simpel:


Niet duwen, maar aansluiten.


En kijk… dan komt beweging vaak vanzelf..



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page